Skip to main content

De vergoedingsbedragen voor verblijfskosten voor binnenlandse dienstreizen zijn per 1 januari 2026 gewijzigd. De verblijfskostenvergoedingen van ambtenaren op dienstreis zijn geregeld in de CAO Rijk. Bent u als werkgever níet gebonden aan de CAO Rijk? Dan kunt u deze vergoedingen toch onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde fiscale gevolgen toekennen aan uw werknemers. Mits deze werknemers vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden verkeren als ambtenaren op dienstreis. U kunt een deel van de vergoeding voor binnenlandse dienstreizen aanwijzen als gericht vrijgesteld eindheffingsbestanddeel.

Maakt de werknemer een binnenlandse dienstreis? Dan mag u, naast de reiskostenvergoeding, ook een gericht vrijgestelde vergoeding voor noodzakelijke verblijfskosten geven. De dienstreis moet dan wel aan de volgende twee voorwaarden voldoen: 1) de dienstreis duurt ten minste 4 uur; én 2) de bestemming ligt in een andere gemeente of minstens 1 kilometer van de eigen werklocatie vandaan.

Vergoedingen

De werknemer kan in 2026 de volgende vergoedingen krijgen voor de kosten van verblijf:

 

 

 

 

 

 

 

 

Behalve voor de kleine uitgaven overdag en in de avond geldt als voorwaarde voor de vergoeding dat de werknemer daarvoor kosten heeft gemaakt in een gelegenheid die daarvoor bedoeld is. Vergoedt u meer dan deze bedragen? Dan kunt u het bovenmatige deel van de vergoeding tot het loon van de werknemer rekenen of aanwijzen als eindheffingsloon.