Skip to main content

Voor een directeur-grootaandeelhouder (dga) geldt de gebruikelijkloonregeling. Daarbij wordt het loon in beginsel vastgesteld op het hoogste van drie bedragen: het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het hoogste loon binnen de vennootschap of verbonden lichamen en het wettelijke normbedrag.

Maar wat als je als dga een lager loon wilt hanteren? En wie moet aantonen dat een hoger of lager bedrag gerechtvaardigd is? Recente rechtspraak geeft meer duidelijkheid.

Lager loon? Dan ligt de bewijslast bij jou

Wil je als dga een loon toepassen dat lager is dan het wettelijke normbedrag? Dan moet je aannemelijk kunnen maken dat dit lagere loon passend is.

Dat betekent dat een onderbouwing nodig is. Alleen aangeven dat je bijvoorbeeld maar een beperkt aantal uren voor de bv werkt, is niet voldoende.

Dat bleek ook uit een recente rechtszaak over een vastgoed-bv. De dga ontving een loon van € 10.386 per jaar. Volgens de bv werkte hij slechts acht uur per week.

De bv kon dit echter niet onderbouwen met agenda’s, urenregistraties of andere controleerbare stukken. Daardoor slaagde de bv er niet in om aannemelijk te maken dat het lagere loon gerechtvaardigd was.

Wanneer moet de Belastingdienst bewijs leveren?

De Belastingdienst kan op zijn beurt stellen dat het gebruikelijk loon juist hoger moet zijn dan het wettelijke normbedrag. In dat geval ligt de bewijslast bij de inspecteur.

In deze zaak werd de dga vergeleken met een bestuurder van een woningcorporatie in klasse B. Beide partijen accepteerden deze functie als de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Toch was die vergelijking op zichzelf niet voldoende om een hoger loon vast te stellen.

Een vergelijkbare functie betekent niet automatisch een vergelijkbaar loon

Bij het bepalen van het gebruikelijk loon moet ook rekening worden gehouden met relevante verschillen tussen functies en organisaties.

De vastgoed-bv uit deze zaak bevond zich bijvoorbeeld aan de onderkant van de betreffende klasse van 0 tot 750 woningen. Bovendien kocht de onderneming geen nieuwe woningen meer en werd het onderhoud uitbesteed.

De inspecteur kon niet voldoende onderbouwen hoe deze verschillen waren verwerkt in de hoogte van het voorgestelde loon. Daarom werd een loon boven het wettelijke normbedrag niet aannemelijk gemaakt en bleef het normbedrag gelden.

Zorg voor een goede onderbouwing

De uitspraak laat zien dat een functievergelijking alleen overtuigend is wanneer relevante verschillen daadwerkelijk worden meegenomen in de vaststelling van het loon.

Wil je als dga een lager gebruikelijk loon toepassen? Zorg dan dat je jouw werkzaamheden, verantwoordelijkheden en gewerkte uren goed vastlegt. Denk bijvoorbeeld aan agenda’s, urenoverzichten en andere controleerbare gegevens. Onderbouw daarnaast waarom een gekozen vergelijkingsfunctie daadwerkelijk aansluit bij jouw werkzaamheden.

Twijfel je over de hoogte van jouw gebruikelijk loon of wil je weten of je onderbouwing voldoende is? Neem contact op met Van Bergen. We kijken graag met je mee.