Uitspraken Hoge Raad inzake box 3 pas in augustus

De Hoge Raad zal niet eerder dan in augustus 2024 uitspraak doen in de vele rechtszaken die lopen over het geboden rechtsherstel inzake de box-3-heffing vanaf 2017. Dat meldt het FD. De zaken betreffen met name belastingplichtigen met ander vermogen dan bank- en spaartegoeden. Zij vinden dat het geboden herstel – dat opnieuw is gebaseerd op een forfaitair stelsel – niet strookt met de uitkomst van het Kerstarrest. Daarin oordeelde de Hoge Raad dat de box-3-belasting over het werkelijk behaalde rendement moet worden geheven. Als zij gelijk krijgen, betekent dit een extra miljardenstrop voor de staatskas.

Commentaar
Aanvankelijk was aangekondigd dat de Hoge Raad eind deze maand uitspraak zou doen in de rechtszaken over de box-3-heffing. Op grond van het feit dat de Advocaat-Generaal in enkele van deze zaken ook al een conclusie had gepubliceerd (zie in fiscasus2406 de analyse van A-G Pauwels in 5 rechtszaken en de conclusie van A-G Wattel in fiscasus2330), leek dit ook een haalbare kaart te worden. Maar nu komt – zonder nadere uitleg – het bericht van het uitstel. Ook is nog onzeker wanneer de Hoge Raad uitspraak zal doen over de massaalbezwaarpluszaken over het eventuele herstelrecht voor de niet tijdige bezwaarmakers.

Gevolgen
Naast de voortdurende onzekerheid over de vraag of de belastingplichtigen hun te veel betaalde belasting zullen terugkrijgen, heeft het uitstel ook gevolgen voor eventuele wetswijzigingen die nodig zijn. Die kunnen dan in elk geval niet meer worden meegenomen in het Belastingplan 2025. Ook de nieuwe wet die wel op een werkelijk behaald rendement zal worden gebaseerd, kan hierdoor wel eens vertraging oplopen. Volgende maand moet duidelijk worden of de Tweede Kamer die nieuwe wet nog voor de zomer in behandeling wil nemen. Als dat niet gebeurt, dan wordt de invoering ervan opnieuw een jaar uitgesteld.

Bron: Fiscount