Inkomstenbelastingschuld in onverdeelde boedel: wel of niet in box 3?
Wanneer de langstlevende overlijdt, valt een eventuele inkomstenbelastingschuld in de onverdeelde boedel. Als de nalatenschap niet voor het einde van het overlijdensjaar is verdeeld, moeten erfgenamen hun aandeel in deze onverdeelde boedel opgeven in hun eigen aangifte. Vaak gebeurt dit als één economische eenheid, zonder correcties voor bijvoorbeeld de inkomstenbelastingschuld. Maar is dat eigenlijk wel juist? En hoe ziet de Belastingdienst dit?
Standpunt van de Belastingdienst
Volgens de Belastingdienst is dit niet correct. De onverdeelde boedel wordt niet als één economische eenheid beschouwd. Dit betekent dat erfgenamen elk onderdeel van de nalatenschap afzonderlijk in hun aangifte moeten opnemen en toewijzen aan de juiste rubrieken. Zo valt het aandeel in bank- en spaartegoeden onder de categorie ‘bank- en spaartegoeden’, beleggingen onder ‘aandelen en obligaties’ en schulden onder ‘schulden’. Dit maakt de aangifte minder overzichtelijk en arbeidsintensiever.
Inkomstenbelastingschuld en box 3
Een belangrijke vraag is of de inkomstenbelastingschuld de rendementsgrondslag in box 3 verlaagt. Erfgenamen worden namelijk als belastingschuldige aangemerkt voor deze schuld. Omdat het hierbij gaat om een verplichting die voortkomt uit de inkomstenbelasting en onder de Algemene wet inzake rijksbelastingen valt, kwalificeert deze schuld niet als een aftrekbare schuld in box 3. Dit betekent dat erfgenamen hun aandeel in de inkomstenbelastingschuld niet in mindering mogen brengen op hun rendementsgrondslag.
Bron: Fiscount






