De vervaldatum voor wettelijke vakantiedagen uit 2023 is in principe 1 juli 2024

Met het begin van het nieuwe jaar komen ook nieuwe vakantiedagen voor werknemers beschikbaar. De nog niet opgenomen wettelijke vakantiedagen van 2023 vervallen in principe op 1 juli 2024.

Het is van belang dat werknemers op de hoogte zijn van het vervallen van de wettelijke vakantiedagen op 1 juli 2024. Zij dienen de gelegenheid te hebben gehad om deze vakantiedagen op te nemen, en het is cruciaal dat zij weten dat de dagen na 1 juli 2024 komen te vervallen indien ze niet worden opgenomen. Voor werkgevers is dit het moment om het vakantiesaldo van werknemers te inventariseren en daarop actie te ondernemen.

Duidelijk en volledig transparant
Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om op een duidelijke en volledig transparante manier ervoor te zorgen dat de werknemer daadwerkelijk in de gelegenheid wordt gesteld om zijn jaarlijkse vakantie met behoud van loon op te nemen. Indien nodig dient de werkgever de werknemer officieel aan te sporen dit te doen. Hierbij moet de werkgever de werknemer gedetailleerd en tijdig informeren, zodat de vakantie de werknemer nog de nodige rust en ontspanning kan bieden waar de werkgever naar verwachting aan bijdraagt. Tevens moet de werknemer op de hoogte worden gesteld dat het niet opnemen van vakantiedagen vóór de vervaldatum tot verlies van deze dagen leidt.

Vakantie bij een zieke werknemer
De situatie wordt extra complex wanneer een werknemer ziek is. Stel dat een werknemer vakantie heeft aangevraagd en deze aanvraag is goedgekeurd. Echter, voordat de werknemer daadwerkelijk met vakantie gaat, wordt hij ziek. De bedrijfsarts verklaart dat de werknemer niet in staat is om te werken, ook niet in ander werk. Ondanks dit advies geeft de werknemer aan de bedrijfsarts aan dat hij toch op vakantie gaat en meldt dit ook aan zijn leidinggevende. Mag de werkgever de dagen waarop de werknemer met vakantie is gegaan, van het vakantiesaldo afboeken?

Nee, zo oordeelde de Hoge Raad op 17 november 2023. Het basisprincipe is dat dagen waarop een werknemer tijdens een reeds vastgestelde vakantie ziek is, niet worden beschouwd als vakantiedagen. Er is echter een uitzondering als de werknemer hiermee instemt.

Maar wat als de werknemer al tegen de bedrijfsarts en zijn leidinggevende heeft gezegd dat hij op vakantie gaat? Is dat niet voldoende?

Nee, dat is onvoldoende om aan te nemen dat de werknemer instemt met het aanmerken van zijn ziektedagen als vakantiedagen. De werknemer moet expliciet bevestigen dat hij akkoord gaat met het afboeken van vakantiedagen, volgens de uitspraak van de Hoge Raad.

In de uitspraak staat het als volgt
Art. 7:638 lid 8 BW ziet enkel op verrekening van vakantiedagen in het geval dat de werknemer ziek wordt vóór of tijdens een vakantie die reeds (overeenkomstig het bepaalde in art. 7:638 lid 2 tot en met 5 BW) was vastgesteld voordat hij ziek werd. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de voorgangers van art. 7:638 lid 8 BW blijkt dat deze regeling beoogt ervoor te zorgen dat een werknemer die vóór of tijdens een reeds vastgestelde vakantie ziek wordt zijn vakantiedagen behoudt, zodat hij die op een later moment kan benutten. Gelet op dit doel dient een werknemer uitdrukkelijk en gericht in te stemmen met het afboeken van vakantiedagen, telkens wanneer de omstandigheid die aanleiding geeft tot het verzuim zich feitelijk voordoet of heeft voorgedaan.”

De werknemer in kwestie heeft dus vakantie genoten, maar heeft daardoor niet minder vakantiesaldo. Oplettendheid is dus vereist als werkgever.

Bron: Salaris van Morgen