Bijtelling privégebruik auto kan ook gelden bij mobiliteitsbudget
Ook binnen een mobiliteitsbudget kan sprake zijn van een ter beschikking gestelde (deel)auto, waarvoor een bijtelling op het loon van de werknemer van toepassing is.
Wanneer is een auto ter beschikking gesteld?
Een auto wordt als ‘ter beschikking gesteld’ beschouwd wanneer de werkgever eigenaar is, deze huurt of least, of wanneer hij alle kosten vergoedt die samenhangen met het gebruik van de auto. Dit geldt ongeacht of de auto eigendom is van de werkgever of extern wordt gehuurd of geleaset.
Praktijkvoorbeelden
Voorbeeld 1: Geen ter beschikking gestelde auto, geen bijtelling
Een werkgever reserveert een deelauto voor een werknemer om naar een klant te reizen. Privégebruik is niet toegestaan, en de werkgever controleert achteraf via de kilometerstand of de reis zakelijk was.
➡ Omdat de auto alleen voor specifieke zakelijke ritten wordt gebruikt en de werkgever hier toezicht op houdt, is geen sprake van een ter beschikking gestelde auto.
Voorbeeld 2: Wel een ter beschikking gestelde auto, maar geen bijtelling
Een werkgever heeft een contract met een deelautobedrijf. Werknemers kunnen zelf een auto reserveren, maar privégebruik is niet toegestaan en de werkgever houdt toezicht.
➡ In dit geval is er wel sprake van een ter beschikking gestelde auto, maar omdat privégebruik verboden is en gecontroleerd wordt, is geen bijtelling van toepassing.
Voorbeeld 3: Wel een ter beschikking gestelde auto, mét bijtelling
Een werknemer sluit zelf een abonnement af bij een deelautobedrijf. De werkgever vergoedt de volledige factuur, inclusief abonnementskosten en gebruikskosten. Er wordt geen rittenregistratie bijgehouden.
➡ Omdat de werkgever alle kosten vergoedt, wordt de auto als ter beschikking gesteld beschouwd en is bijtelling van toepassing.
Voorbeeld 4: Mobiliteitsbudget en deelauto, mét bijtelling
Een werkgever verstrekt een mobiliteitsbudget van € 800 per maand, waarmee de werknemer via een app zakelijke reizen kan maken. Auto’s mogen alleen zakelijk worden gebruikt, maar de werkgever controleert privégebruik niet. Eventueel privégebruik wordt apart gefactureerd aan de werknemer.
➡ De Belastingdienst beschouwt dit als een ter beschikking gestelde auto. Als de werknemer privégebruik niet kan uitsluiten, geldt bijtelling.
Voorbeeld 5: Private leaseauto via mobiliteitsbudget, mét bijtelling
Een werknemer least zelf een auto en betaalt hiervoor € 600 per maand uit het mobiliteitsbudget van € 800. De resterende € 200 wordt als brutoloon uitbetaald.
➡ Omdat de werkgever alle autokosten vergoedt, is sprake van een ter beschikking gestelde auto en geldt bijtelling, tenzij de werknemer kan aantonen dat het privégebruik maximaal 500 kilometer per jaar bedraagt.
Let op!
Meer situaties dan gedacht kunnen leiden tot een bijtelling voor privégebruik van een auto. De laatste voorbeelden laten zien dat dit ook bij een mobiliteitsbudget kan gelden. Het is daarom belangrijk niet alleen op het direct beschikbaar stellen van auto’s te letten, maar ook op de regels rond mobiliteitsbudgetten.
Bron: AWVN






