Recent zijn twee voor BV’s en dga’s zeer relevante fiscale ontwikkelingen gepubliceerd. Het gaat om een uitspraak van de Hoge Raad over de belastingrente voor de vennootschapsbelasting en om een advies van de Advocaat-Generaal over de btw-gevolgen bij het onder de marktprijs verkopen van een auto door de BV aan de dga.
Belastingrente vennootschapsbelasting, verhoging naar 8 procent onverbindend
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de verhoging van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting naar 8 procent per 1 januari 2022 onverbindend is. Deze verhoging gold uitsluitend voor de vennootschapsbelasting, terwijl voor andere belastingen een lager rentepercentage werd gehanteerd.
Volgens de Hoge Raad is dit onderscheid in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De verhoging had vooral een budgettair doel en een lastenverzwaring die hoofdzakelijk budgettair is gemotiveerd, mag niet zonder goede rechtvaardiging slechts één groep belastingplichtigen treffen. BV’s moeten daarom voor deze periode uitgaan van een belastingrente van 4 procent.
Deze uitspraak is met name van belang voor BV’s die in de afgelopen jaren belastingrente hebben betaald over voorlopige of definitieve aanslagen vennootschapsbelasting. In veel gevallen kan dit leiden tot vermindering van de in rekening gebrachte rente.
Auto van de BV onder marktprijs naar privé, risico op btw-correctie
Daarnaast heeft de Advocaat-Generaal Ettema recent geconcludeerd over situaties waarin een BV een auto verkoopt aan de dga voor een prijs die aanzienlijk lager ligt dan de waarde in het economisch verkeer.
In deze zaken heeft de BV de btw bij aanschaf van de auto volledig in aftrek gebracht. Door de auto vervolgens tegen een zeer lage prijs aan de dga te verkopen, wordt het privégebruik nauwelijks met btw belast. Volgens de Advocaat-Generaal is in zulke gevallen sprake van misbruik van recht.
De conclusie is dat de btw-heffing niet mag worden beperkt tot de lage verkoopprijs, maar moet worden gebaseerd op de werkelijke economische waarde van de auto. Het feit dat het verschil tussen de verkoopprijs en de marktwaarde fiscaal als verkapt dividend wordt aangemerkt, voorkomt dit btw-risico niet.
Indien de Hoge Raad deze lijn volgt, betekent dit dat verkoop van een auto door de BV aan de dga onder de marktprijs kan leiden tot een forse btw-naheffing.
Wat betekent dit in de praktijk
Voor BV’s en dga’s zijn deze ontwikkelingen concreet en actueel. Aan de ene kant biedt de uitspraak over de belastingrente mogelijkheden om betaalde rente te laten corrigeren. Aan de andere kant vraagt de conclusie over de auto van de zaak om extra voorzichtigheid bij transacties tussen de BV en de dga.
Het hanteren van zakelijke prijzen en het goed onderbouwen van transacties wordt daarmee nog belangrijker. Wij volgen de verdere ontwikkelingen nauwgezet en adviseren graag over de gevolgen voor uw specifieke situatie.






