Skip to main content

Kunnen je werknemers door extreem slecht weer niet werken? Dan kun je onder voorwaarden gebruikmaken van de WW-uitkering wegens onwerkbaar weer.

De uitkering bedraagt in eerste instantie 75% van het loon. Duurt de situatie langer dan twee maanden, dan wordt dit 70%. In veel cao’s is afgesproken dat de werkgever de uitkering aanvult tot 100%.

Van onwerkbaar weer kan bijvoorbeeld sprake zijn bij vorst, ijzel, sneeuw of langdurige regen.

Eerst gelden wachtdagen

Voordat de uitkering ingaat, gelden wachtdagen waarin je het loon van de werknemer zelf doorbetaalt.

Bij vorst, ijzel en gladheid zijn er twee wachtdagen per winterseizoen, van 1 november tot en met 31 maart. Bij langdurige regen gelden 19 wachtdagen per kalenderjaar. Voor andere weersomstandigheden gelden twee wachtdagen per kalenderjaar.

Hoe vraag jestorm de uitkering aan?

Je moet iedere dag waarop niet gewerkt kan worden vóór 10.00 uur een melding doen via het werkgeversportaal van UWV.

Vervolgens vul je het aanvraagformulier in en laat je dit controleren en ondertekenen door de werknemer die niet kan werken. Daarna upload je het formulier via het werkgeversportaal.

De WW-uitkering vraag je aan na afloop van de kalenderweek waarin niet kon worden gewerkt.

Er gelden verschillende voorwaarden. Zo moet de regeling in de cao zijn opgenomen, moet je er alles aan hebben gedaan om het werk door te laten gaan en mag de werknemer uitsluitend vanwege het slechte weer niet hebben gewerkt.