Skip to main content

Wil je als werkgever een laadpaal bij de woning van een werknemer laten plaatsen of de kosten daarvan vergoeden? Dan maakt het fiscaal verschil of de werknemer een elektrische auto van de zaak of een privéauto rijdt.

Hetzelfde onderscheid geldt voor het vergoeden van de gebruikte elektriciteit.

Elektrische auto van de zaak

Rijdt je werknemer meer dan 500 kilometer per jaar privé met een elektrische auto van de zaak? Dan geldt de bijtelling voor privégebruik. De vergoeding of verstrekking van de laadpaal is dan al verwerkt in de waarde van het privégebruik. Er ontstaat geen extra loon.

Rijdt de werknemer minder dan 500 kilometer privé? Dan is de laadpaal bedoeld voor zakelijk gebruik en vormt de vergoeding of verstrekking eveneens geen loon.

Ook de werkelijke elektriciteitskosten voor het opladen van de zakelijke auto kun je onbelast vergoeden. Dit zijn intermediaire kosten.

Je kunt eventueel een vaste zakelijke afspraak maken over de vergoeding. Deze moet wel marktconform zijn. Een vaste onbelaste vergoeding per kWh is alleen mogelijk als je aannemelijk kunt maken dat deze aansluit bij de integrale kostprijs die de werknemer aan zijn energieleverancier betaalt.

Privéauto van de werknemer

Bij een privéauto ligt dit anders. Laat je thuis een laadpaal plaatsen of vergoed je de kosten daarvan? Dan kan dit onbelast voor zover de vergoeding past binnen de maximale onbelaste kilometervergoeding van € 0,25 per kilometer.

Betaal je deze kosten boven op de € 0,25 per kilometer? Dan vormt het meerdere loon. Dit geldt ook voor elektriciteitskosten en eventuele aanpassingen aan de woning, zoals een extra groep in de meterkast.

Je kunt dit loon onder voorwaarden aanwijzen als eindheffingsloon en ten laste brengen van de vrije ruimte van de werkkostenregeling.